Ook de kunststoffenmarkt moet de adem inhouden.


Terwijl de grondstoffenmarkt zich al enigszins heeft aangepast bij een afnemende vraag en teruggelopen prijzen, probeerde de verwerkende markt eerst maar eens de opgelopen schade te herstellen. Ondanks vechtlust en - achteraf - een misplaatste mix van hoop en optimistisch gevoel werd de realiteit meer en meer zichtbaar: Levertijden van orders werden verlengd, nieuwe opdrachten werden met moeite binnengehaald, betalingen van een paar afnemers kwamen trager binnen. En opnieuw helaas en nog zo recent, werd het positieve gevoel bruut verdrongen door een onzeker toekomstbeeld waarin toenemende zorgen en mogelijke verliezen deel van ons dagelijks leven werden. Een ongekende angst door een ongehoorde toename van besmettingen in ons land. We hebben ons te laat gerealiseerd dat we in een maatschappij leven waarin verantwoordelijkheidsgevoel en wederzijds respect ouderwetse waarden zijn. Eigenzinnig gedrag en lekker doen wat je wilt, zowel oud als jong, dat tekent ons gemis aan gezag van leiders en discipline van de mensen die hier liever willen feesten dan nadenken over mogelijke gevolgen van het overbrengen van een virus. Er zal in de komende jaren nog veel gepubliceerd worden over oorzaak en gevolg, we laten het graag over aan experts om er - ook achteraf - hele wijze publicaties aan te wijden.

We zijn in de grondstoffenmarkt terug bij af. De stemming is wel wat grimmig, er is totaal geen zekerheid meer, tja, de markt zou vooral niet overvoerd moeten worden met teveel materiaal. Een gezamenlijke strategie heeft de laatste maanden al invloed gehad op de markten van PVC en LDPE. Gezamenlijke strategie? Wat is dat? Praten ze met elkaar? Nou, wat dacht u. Wil je deze markt aan je voeten hebben, dan moeten maatregelen wereldwijd worden genomen. Export naar verweg-landen en tijdelijke stillegging van fabrieken is de enige vorm waardoor de aanbodkant van de markt kan worden beÔnvloed. Dat dit bereikt is, lijkt het gevolg van een bijna vanzelfsprekend noodzakelijk kwaad. Noem het overleg. Per continent is met elkaar praten wellicht nog uitvoerbaar, maar tegenstrijdige belangen in diverse werelddelen lijken elke afspraak vrijwel kansloos te maken. Bovendien, er zijn toch waakhonden die tuk zijn op grote geldboetes bij het afspreken van prijzen en volumes binnen een groep van producenten. Is er dan sprake van tolerantie in deze wereld van tegenstellingen? Uitgangspunt van het verbieden van afspraken is 'eerlijke' concurrentie te stimuleren ter bescherming van de consument. En wat doen ze dan met de OPEC? Een typisch voorbeeld van een ongewenst kartel, een onwettige organisatie al vanaf 1960. We doen er helemaal niets aan. Tegelijkertijd lijkt dit kartel de laatste jaren controle te verliezen, het is niet meer te handhaven, er zijn grenzen bereikt, waarbij andere wetten zijn gaan gelden. Wereldleiders laten zien dat je onbeschaamd afstand kan nemen van afspraken, het negeren van wetten of opzeggen van overeenkomsten. Desnoods vergiftig je een tegenstander, ach ja, je ontkent het naar beneden halen van een vliegtuig, en ga nog maar even door: dat is de wereld van vandaag. Dat leidt ook tot de vaststelling dat elk beroep op een sociale aanpak van een probleem bij voorbaat gedoemd is te falen. Elke poging om een beroep te doen op gezamenlijk menselijk respect wordt door een paar individuen zelfs gezien als watjes gedrag en menen dat daarmee je persoonlijke vrijheid geweld wordt aangedaan.

De consument is de laatste jaren overigens niet alleen ruim bediend door historisch lage prijzen van grondstoffen, maar ook door de besparingen die bijvoorbeeld door de inzet van lichtere kunststof eindproducten konden worden bereikt. Een beetje sympathie voor de producenten van polymeren mag ook wel eens worden getoond. Zij hebben het met al die politieke en weinig verheffende uitspraken rond fossiele grondstoffen al moeilijk genoeg. De door Moeder Aarde beschikbaar gestelde mineralen kunnen polymeren niet groener of duurzamer maken, tenzij er veel harder wordt gewerkt aan de ontwikkeling van alternatieve grondstoffen. En dat valt niet mee, want polymeren hebben geweldige eigenschappen en zijn nog goedkoop ook. En dan nog iets. Het is waar: voor de productie van polymeren is veel energie nodig en de uitstoot van CO2 is moeilijk te beperken. Wat ook waar is: de productie van biobased polymeren vraagt netzoveel energie en levert netzoveel uitstoot op als de op fossiele grondstoffen gebaseerde productie. Dat de gemiddelde consument dit echt niet weet is niet zo'n ramp, maar dat dit gegeven geen rol speelt bij mensen die het milieu koesteren en politiek iets te melden hebben, is een tragische vaststelling. Feitelijk is de politieke aanval op fossiele grondstoffen ingezet door het inzicht dat verspilling door verbranding - energieopwekking - zoveel mogelijk voorkomen moet worden. De chemie die gebruik maakt van fossiele grondstoffen zorgt voor grondstoffen waar kunststoffen van gemaakt worden. Dat het niet meer dan 10% voorstelt van het wereldvolume dat afkomstig is van aardolie of aardgas, maakt het ook duidelijk dat er hoofd- en bijzaken zijn, waarop een beleid tegen fossiele grondstoffen gericht moet zijn. Bovendien, kunststoffen leveren wezenlijke producten op, tastbaar en jarenlang duurzaam. Wel iets anders dan brandstof voor de auto of gas voor de CV. Over duurzaam gesproken.

De overvloed van polyolefinen, zeker in soorten die voor extrusie en spuigieten algemeen inzetbaar zijn, komt voornamelijk door nieuwe locaties die in de wereld miljoenen tonnen aan extra capaciteit opleveren. Zowel de Verenigde Staten als China zijn verantwoordelijk voor deze toename. Een project in het Midden-Oosten, waarin ook Shell zou deelnemen - al vanaf 2013 is er een akkoord met Abu Dhabi - staat op het punt afgeblazen te worden nu elders in de wereld de komende jaren meer dan voldoende polymeren beschikbaar komen. Met het ruime aanbod van verschillende materialen in Europa konden hier de afgelopen maanden wereldwijd de allerlaagste prijzen worden genoteerd. Zodat in relatief korte tijd de containerschepen andere havens in de wereld opzochten en nu een oneigenlijk soort van balans in vraag en aanbod in onze markt is ontstaan. Een beetje lucht voor de in Europa gevestigde producenten.

Toch worden de komende maanden spannend. Er zal door alle naar adem happende producenten worden geprobeerd de markt weer in handen te krijgen door berichten in de media te brengen over stagnaties bij productie, ongewenste stillegging, force majeure, waterstanden van de Rijn en Rhone, you name it. Alles met het doel een voorgenomen prijsverhoging te realiseren. Natuurlijk wordt ook gelet op de historische verwijzing naar de mutaties van de prijs van monomeren als etheen en propeen. Het lijkt niet zo automatisch meer mee te gaan met de maandelijkse ups en downs van de monomeerprijzen. Er is daar sprake van een langdurig vreemd marktgedrag, niet alleen door een afnemende vraag, maar ook door een strategisch gestuurde prijsstabiliteit van aardolie en derivaten. Ondanks een wereldwijde overvloed van olie en gas, blijft de prijs ervan constant op een laag peil waar het Midden-Oosten nog iets verdient, maar het geenzins in het voordeel van Europa uitwerkt. Onze aanzienlijk hogere kostprijs van monomeren in vergelijking met de V.S. en het Midden Oosten zorgen voor lage marges. Ooit zal de olieprijs wel weer iets gaan stijgen, en ook zullen de grondstoffen voor polymeren weer duurder worden, maar historisch gezien is dit jaar ook in economisch opzicht een rampjaar. Er moet dus iets veranderen de komende maanden. We zien prijsbewegingen voor polyethyleen en PVC leidend tot iets hogere noteringen, waar polypropyleen en PET bij achterblijven. Toch nodigt het absoluut lage prijsniveau van PVC en PET uit tot prijsherstel, wat mogelijk tot heftige reacties kan leiden zodra er sprake is van het hamsteren van deze grondstoffen. Een fysiek tekort aan PVC bleek al in de Verenigde Staten tot tijdelijke prijsexplosies, en dat visitekaartje kan de komende maanden ook worden afgegeven voor andere polymeren. Polystyreen en ABS zijn al bezig met enig herstel, hoewel de vraag naar deze materialen de komende tijd niet echt stijgt. De geschiedenis leert dat de heftige fluctuaties van styreen monomeer aandacht blijven vragen en kunnen zomaar voor een prijs zorgen die 10% hoger of lager uitkomt in een maand tijd. De prijs voor glashelder polystyreen rond 1 Ä/kg is al heel lang niet meer voorgekomen. En dat kan natuurlijk niet zo lang meer duren. Aan de andere kant zijn de huidige omstandigheden zodanig onzeker dat elke prognose gelijk staat aan een schot in het duister.

De kunststof verwerkers waren tot het voorjaar van 2020 goed bezig. Een prima bezetting van de machines, weliswaar tekort aan personeel, maar toch, een gezonde markt. Het is wel iets veranderd, zeker iets rustiger, maar het heeft voorlopig niet tot drama's geleid. Niet verbazingwekkend is dat de producenten van beschermende kleding of mondkapjes het meer dan druk hebben. Ook de producenten van verpakkingsmaterialen als stretchfolie en dunnere films hebben relatief weinig te lijden van de algemeen teruggelopen vraag. Leveranciers van duurdere consumentenproducten, gevolgd door toeleveranciers van producten voor de bouw en meer technische eindproducten lijken het meest inkomsten verloren te hebben. Stabiel blijven de producenten van kweek- en tuinpotten, de agrarische sector investeert meer in drainage en waterhuishouding, de bloemenkwekers hebben tekort aan buitenlands personeel. Iedereen wacht de invloed af van de tweede opleving van het coronavirus. De economie is met al zijn uiteenlopende sectoren sterk afhankelijk geworden van het gegeven dat Nederland de dienstplicht heeft afgeschaft. We kunnen er niet omheen. We willen niet geregeerd worden. Dat doen we zelf wel. OK, niet alle Nederlanders, maar wel weer die paar mensen die de weg gewoon kwijt zijn. Malle wappies, rijp om opgenomen te worden in een ziekenhuis waar ze niet gratis en voor niks mogen liggen, nee, ze zouden patiŽnten moeten verzorgen. Voorzover ze nog toerekeningsvatbaar zijn, anders gaan ze letterlijk doorslaan. Wat jammer in dit land, waar al zo vaak een klein onbeschoft deel door de media wordt gekoesterd, het scoort, maar geeft tegelijkertijd een signaal af aan andere min of meer gehandicapten. Die in vrijheid in dit land leven, maar ons feitelijk in gevaar brengen. Dat ook onze markt te lijden heeft van het genot van vrijheid en rechten is de democratie ten voeten uit: met een risico dat vrijheid ontspoort in asociaal gedrag, ten koste van het geluk van mensen.

Dat gaat in onze markt niet gebeuren. Het zijn geen fijne tijden, maar we weten elkaar wel te vinden. Bestaande relaties zijn nu waardevoller dan ooit. Je kunt in onze markt wel op elkaar vertrouwen, de keten van grondstoffenleveranciers lijkt vrij van besmetting maar moet leven met de gevolgen ervan.

november 2020